|
Merkloze medicijnen worden steeds vaker voorgeschreven. Mede dankzij de goede voorlichting van de apothekers raken de patiënten ook steeds vertrouwder met de generieke vervanging van hun medicijn. Omdat vertrouwen te behouden is het belangrijk dat er vrije keus is in welk medicijn wordt afgegeven. Apothekers en fabrikanten van generieke geneesmiddelen maken zich daarom zorgen over preferentieafspraken van een aantal verzekeraars met betrekking tot de vergoedingen van geneesmiddelen.
Vorig jaar werd de bezorgdheid nog groter toen de verzekeraars aangaven de preferentieafspraken uit te willen breiden. Bogin, de organisatie van geneesmiddelenfabrikanten spande daarom een kort geding aan tegen de verzekeraars. Begin dit jaar besliste de rechtbank in Breda dat die uitbreiding niet is toegestaan.Een positieve uitspraak voor de fabrikanten, want het generieke geneesmiddel wint steeds meer terrein. Generieke geneesmiddelen komen op de markt als vervanging van een bestaande spécialité waarvan het patent verlopen is. De geneesmiddelen zijn chemisch identiek aan het origineel: dezelfde werkzame bestanddelen, in dezelfde hoeveelheid. Uiterlijk en kleur kunnen anders zijn als er andere hulpstoffen worden gebruikt. Moet een patiënt voor het eerst een bepaald geneesmiddel gebruiken, dan maakt het meestal niet uit of hij de generieke variant of het originele merkgeneesmiddel, de spécialité, krijgt. Ook voor apothekers en apothekersassistenten maakt het niet uit of ze informatie geven over de werking van een origineel of het vervangend generieke geneesmiddel.Overstappen Advies Apotheker Van Dam van Centraal Apotheek Zwijndrecht: “Bij de introductie van het originele geneesmiddel geeft de fabrikant uitgebreide informatie over de werking, de bijwerkingen en wat het middel doet in combinatie met andere medicijnen. Wanneer dan het generieke geneesmiddel op de markt komt, hebben we die kennis al, vermeerderd met ruim tien jaar ervaring met het origineel. Als we de patiënt uitleggen dat het generiek gelijk is aan het origineel, dat het veilig is en ook nog eens kostenbesparend is voor de gezondheidszorg, gaat uiteindelijk 95% akkoord met het generiek. Toch kunnen mensen een verschil in werking ervaren tussen het origineel en het generieke middel. Dat heeft dan niets te maken met de werkzame stof van het medicijn, maar met bijvoorbeeld een allergische reactie op een hulpstof van het generieke geneesmiddel. Trouwens, we maken het andersom ook mee hoor, dat een patiënt allergisch is voor een hulpstof uit het origineel, en juist alleen het generiek wil. Bovendien speelt in dit verhaal soms een psychische component mee. Wil iemand dus toch het merkgeneesmiddel, en schrijft de arts dat voor, dan geven we dat ook. In enkele gevallen is de toedieningsvorm van het origineel zo bijzonder dat er geen identiek generiek geneesmiddel voorhanden is. Dan krijgt de patiënt uiteraard het merkgeneesmiddel." Apotheker René van der Wardt van Apotheek van Waert in Rotterdam: “We krijgen de meeste vragen bij de overstap van een origineel geneesmiddel naar de generieke variant, vooral wanneer dat in kleur of vorm afwijkt van hun ‘vertrouwde’ merkgeneesmiddel. Men denkt dan wel eens dat het generieke geneesmiddel minder werkt, of onveiliger is, dan het merkgeneesmiddel. Het is onze taak om uit te leggen dat een generiek geneesmiddel een merkloos medicijn is, met dezelfde eigenschappen als het merkgeneesmiddel. Het moet aan dezelfde eisen voldoen en wordt ook net zo gecontroleerd als het originele medicijn. Het is goedkoper, omdat de werkzame stof al door de merkfabrikant is onderzocht en voor het generieke middel dus minder geld nodig is voor onderzoek. Bovendien rust er geen patent op en hoeft er geen reclame voor gemaakt te worden. Bijkomend voordeel is dat de naam van de werkzame stof in alle landen hetzelfde is.”
Verwarrend voor de patiënt In het preferentiebeleid, gevoerd door een aantal zorgverzekeraars, staan de middelen die wel worden vergoed. De periode waarin die middelen worden vergoed is vastgesteld op een half jaar. Daarna bepalen de zorgverzekeraars opnieuw welk middel vergoed zal worden. Die grote vinger in de pap kan leiden tot veel vragen en onrust bij de patiënt, maar ook bij de apothekers. Van Dam: “Neem bijvoorbeeld de cholesterolverlager. Eerst hebben we iemand omgezet van het originele naar het generieke geneesmiddel, en dan moet hij later weer omgezet worden naar een ander generiek. Dat kan in de praktijk betekenen dat de patiënt eerst een ovaal roze pil krijgt, daarna een wit ovaal pilletje en dan ineens weer een roze ronde tablet. Het kost apothekers en assistenten dan soms veel energie om de patiënt uit te leggen dat het middel echt dezelfde werkzame stof bevat en er alleen maar anders uitziet. En leg ook maar eens uit dat het door de verzekeraar opgelegd generiek duurder is dan het vorige generiek. Mensen zijn toch gewend aan hun medicijnen en het is alleen maar extra verwarrend als een zorgverzekeraar elk half jaar besluit dat hij weer een ander middel moet krijgen.” “Wat we weten over de merkgeneesmiddelen geldt ook voor de generieke geneesmiddelen.” Veranderende markt Ook voor de apothekers wordt het er dus niet makkelijker op. De markt is veranderd en blijft in beweging, de patiënten zijn mondiger en kritischer. Men wil meer informatie en voorlichting. Communicatie is belangrijk, maar apothekers en geneesmiddelenfabrikanten vinden vrijheid voor de keuze van het generieke geneesmiddel net zo belangrijk. Met de uitspraak van de rechtbank wordt de continuïteit van de generieke geneesmiddelen gewaarborgd en kan het generiek verder aan de opmars.
|